Manifest: Dekolonisatie van de VU

Dekolonisatie van de VU – de koekjesfabriek voorbij

 

Een manifest van Verontruste VU-ers

 

Het huidige College van Bestuur rolt bezuinigingen van ongekende omvang uit over de VU. Bij de opening van het academisch jaar zijn door werknemersorganisaties expliciet kanttekeningen geplaatst bij de noodzaak en uitwerking van de op neoliberale leest geschoeide bezuinigingsvoorstellen die leiden tot drastische reorganisatie met onvoorspelbare gevolgen. In de afgelopen maanden is de toon van het VU-bestuur scherper geworden, en heeft het College van Bestuur in toenemende mate plannen met verstrekkende, negatieve uitwerkingen ontvouwd.

 

In 2015 wil de VU 33 miljoen bezuinigen ten opzichte van 2010. Een efficiëntere bedrijfsvoering (gemiddeld 30% kostenreductie) levert 27 miljoen op, zo wordt ons voorgerekend. In het onderwijs moeten daar de voorwaarden voor geschapen worden: minder opleidingen, dat wil zeggen brede bachelors en masters die voldoende gemarket kunnen worden om aan de instroomnorm te voldoen. Dat moet nog eens 6 miljoen extra opleveren. De miljoenen vliegen ons om de oren, maar ondertussen moeten in de bedrijfsvoering 300-450 arbeidsplaatsen verdwijnen. Het tijdpad is onwaarschijnlijk krap ingepland. Dit jaar al moeten de plannen gesmeed zijn. Vanaf 2013 wordt aan de uitvoering gewerkt en uiterlijk 2015 moeten de bezuinigingen gerealiseerd zijn. Van de 33 miljoen zou 7 miljoen weer terugkomen in de vorm van nieuw beleid, conform het instellingsplan. Tegelijkertijd is 24 miljoen begroot voor verbouwing van het hoofdgebouw, en tientallen miljoenen voor nieuwbouw. Waar dat geld vandaan moet komen is onduidelijk, maar zal zeker invloed hebben op de kerntaken van de universiteit, de onderlinge cohesie tussen medewerkers en hun bereidheid tot verandering.

 

Wat zich op de VU afspeelt lijkt sterk op een kolonisatieproces waarin de wetenschappelijke cultuur wordt geïnfiltreerd door de cijfermatige rationaliteit van de managementcultuur. Zo zien we op macroniveau dat het bestuur de universiteit zich herprofileert als een economische entiteit. De oorspronkelijke kerntaken, wetenschapsbeoefening en onderwijs, worden ondergeschikt gemaakt aan economische modellen. Dit is op mesoniveau te voelen in het personeelsbeleid en het beleid ten aanzien van wetenschap en onderwijs. Op microniveau is de invloed merkbaar in de dagelijkse uitvoering van onderwijs, onderzoek en de ondersteuning  binnen de universiteit. Wij lichten een en ander toe aan de hand van de volgende gegevens.

 

Op macroniveau constateren wij dat de universiteit wordt geleid door bestuurders die geen hart lijken te hebben voor de universitaire sector. Dit college wil de VU hervormen op een wijze die regelrecht indruist tegen een lange traditie van goed werkgeverschap en het streven naar een excellente kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Medewerkers en studenten worden van dit proces uitgesloten, omdat ze onvoldoende zeggenschap hebben in de voorgestelde wijzigingen van hun werk- en studeeromgeving. Op deze manier vervreemdt het College van Bestuur zich van de praktijk van de universiteit en regeert op afstand met rekenmodellen die niet aan de universitaire praktijk worden getoetst.

 

Het proces van kolonisering moet leiden tot een metamorfose van de universiteit. Deze wordt omgetoverd van een kennisinstituut met een belangrijke sociale en maatschappelijke functie tot een massaproductiebedrijf. Dit vertaalt zich in een nieuw, aan het management en economisch discours ontleend jargon: reorganisatie, schaalvergroting, controle, uniforme systematiek, het nieuwe werken, efficiëntie, interim management, eenzijdige excellentie en marktvalorisatie. Nieuwe functies hebben hun intrede gedaan, die vervuld worden door managers die van wetenschap geen benul hebben en zich gedragen als goedbetaalde slavendrijvers die zich focussen op kostenverlaging, productieverhoging en cijfermatige voorspelbaarheid. Zij voelen zich niet verbonden met de kerntaken van de universiteit, of met studenten en wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke medewerkers. Ze hebben ook geen inzicht in de omstandigheden waaronder ‘excellente’ wetenschap optimaal gedijt. Het geheel wordt vertaald in nieuwe concepten die we kennen uit de bedrijfscultuur. Onderwijs moet opeens verpakt worden in goed verkoopbare producten, onderzoek is alleen nog waardevol als het door fondsen en liever nog derde geldstroom bekostigd wordt en verschijnt in high-ranking tijdschriften. Kennisvalorisatie is het nieuwe doel.

 

Op mesoniveau laat het nieuwe beleid zich voelen doordat het niet-wetenschappelijk personeel met ontslag wordt bedreigd. Secretaresses, secretarissen, beleidsmedewerkers, medewerkers op onderwijsbureaus, controllers, schoonmakers, bibliothecarissen, studentendecanen, cateringmedewerkers, voorlichters, ICT-ers en facilitair medewerkers zijn van groot belang voor een soepel verloop van de primaire processen, maar worden rücksichtslos wegbezuinigd of uitbesteed. Het wetenschappelijk personeel heeft te kampen met toenemende werkdruk, minder formatie, flexwerk, tijdelijke aanstellingen en de voortdurende dreiging van meetbare streefcijfers en onzekerheid over de eigen positie en dat van hun vak. Vaste aanstellingen verdwijnen in een gestaag tempo. Uitbesteed personeel, zoals schoonmakers en beveiligers, worden geconfronteerd met een opdrachtgever die zich niet verantwoordelijk toont voor de omstandigheden waaronder ze moeten werken. Meer dan 50% van het academisch personeel is jonger dan 35 jaar. De flexschil – het aantal mensen op een tijdelijk contract – is op onze universiteit toegenomen tot meer dan 40%. Deze mechanismen bedreigen onderlinge cohesie, betrokkenheid en continuïteit op de VU. Onderwijs wordt grootschaliger en studies worden omgebouwd tot platte IKEA-pakken, waarin keuzepakketten worden aangeboden met hapklare kennisbrokken.

 

Op microniveau vertaalt het beleid zich in massaler onderwijs voor studenten, en minder begeleiding. Om dit onderwijs te ‘genieten’ worden studenten vaak in overvolle lokalen gepropt en virtueel begeleid. Tegelijk worden onderwijsprogramma’s voortdurend omgegooid. Studenten krijgen steeds minder beschikking over faciliteiten. Promovendi worden van werknemer tot werkstudent gereduceerd. Zo wordt een kloof geslagen tussen tijdelijk en vast, tussen outsider en insider, tussen jong en oud, en dat heeft zijn weerslag op het functioneren van het hele instituut. Het wordt een verdeel-en-heers-cultuur, die haaks staat op wetenschapsbeoefening. De nadruk op flexwerken, ‘flexibiliteit’ in managementjargon, en door beurzen gefinancierd onderzoek maakt langetermijnbeleid onmogelijk; faculteiten kunnen op zulk drijfzand geen coherente, stabiele onderwijsagenda meer formuleren en uitvoeren.

 

Die invloed van kolonialisering op macro-, meso- en microniveau levert uiteindelijk een ontwrichtend resultaat op dat meer is dan de som der delen. Het leidt in dit geval tot de wanordelijke situatie die zich nu voordoet op de Vrije Universiteit. De VU gaat gebukt onder een chaos van vernieuwingsbeleid dat ondoorzichtig tot stand komt en geen enkel bewijs in zich draagt dat het kwalitatief positieve resultaten zal hebben voor het onderwijs en onderzoek, of dat de VU haar ‘concurrentiepositie’ kan behouden op de onderwijsmarkt. Het marktdenken leidt inmiddels een eigen leven, waarin bezuinigingen worden aangekondigd als een onvermijdelijke natuurramp. In werkelijkheid is sprake van beleidskeuzes van het College van Bestuur. Er wordt gekozen om te bezuinigen op personeel en tegelijkertijd miljoenen te investeren in prestigieuze gebouwen. Er wordt gekozen voor een marktmodel. Er wordt gekozen om kleine wetenschapsgebieden af te stoten en onderwijs op afstand te plaatsen. De werkvloer is volledig buitenspel gezet.

 

De kern van het probleem is dat de hier genoemde transformatie van een wetenschappelijk model naar een economisch model de kerntaken van onderwijs en onderzoek, en dus ook de mensen die het moeten uitvoeren, ondergeschikt maakt aan economische doelen. De universiteit is geen productiebedrijf en kan dat ook niet worden. Kennisontwikkeling en -verspreiding is iets anders dan het produceren van auto’s of koekjes. Wetenschap is een complex bouwwerk, dat eerder te vergelijken is met een koraalrif dat alleen levensvatbaar is in een organisch uitgebalanceerd netwerk van omstandigheden. Kennis kan zich niet ontwikkelen als het alleen ten dienste van de economie staat, zoals de term kenniseconomie suggereert. Kennis is een maatschappelijk goed, dat voortkomt uit en ten dienste staat van de ontwikkeling van mens en maatschappij, het kritische vermogen, weerbaarheid en het verwerven van fundamentele kennis, ongeacht het economische belang ervan. Kennis draagt bij tot welvaart, duurzaamheid en een sociale samenleving, waarin economie natuurlijk ook een rol speelt, maar niet de hoofdrol. Gedegen en hoogstaand fundamenteel onderzoek is ook essentieel voor het behoud van de internationale erkenning van de universiteit. Als de balans doorslaat naar valorisatie bouwen we letterlijk een financieel luchtkasteel dat door het ontbreken van een langetermijnvisie op de wetenschap, falend personeelsbeleid en ondermijning van duurzame kennisontwikkeling een productief hoogtepunt kan bereiken, waarna het als een piramide ineenstort bij gebrek aan fundering.

 

De gehele gang van zaken heeft het collectieve vertrouwen in dit management tot een dieptepunt doen dalen. Er wordt niet meer geluisterd en er is geen blijk van invloed van onderaf. Wij vragen ons af met welk recht het bestuur deze lijn inzet bij een publieke instelling. De hierboven geschetste gang van zaken roept vragen op omtrent de legitimiteit van het huidige College van Bestuur.

 

Om deze trend te keren is het in onze visie noodzakelijk om te komen tot een nieuwe bestuurscultuur. Een universiteit moet zeker bijdragen aan de ontwikkeling van kennis om maatschappelijke problemen mee helpen op te lossen, maar dit betekent niet dat ze primair door economische motieven moet worden gedreven en bestuurd. In deze nieuwe cultuur krijgt wetenschap, onderzoek en onderwijs prioriteit. De werkvloer krijgt zeggenschap. Het leger aan intelligente, talentvolle universiteitsmedewerkers is bereid om in onderlinge verbondenheid daar vorm aan te geven.

 

Verontruste VU-ers, mei 2012

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: