Antwoorden op Kamervragen van het lid Jasper van Dijk (SP) door staatssecretaris Halbe Zijlstra

Antwoorden op vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) inzake het NRC-bericht “Kritiek op bezuinigingen door het bestuur van de Vrije Universiteit” van 7 augustus 2012.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Halbe Zijlstra (2012Z15090)

Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht “kritiek op bezuinigingen door het bestuur van de Vrije Universiteit” (ingezonden 15 augustus 2012)

Vraag 1

Wat is uw oordeel over het artikel “Verlos onze universiteiten van die knoeiende managers”?

Het NRC-krantenartikel van 7 augustus 2012 geeft de opinie van één promovendus aan de VU weer. Aan deze opinie kan ik geen objectieve conclusies verbinden.

Vraag 2

Is het waar dat het College van Bestuur van de Vrije Universiteit (VU) heeft besloten tot een bezuinigingsoperatie van 33 miljoen euro en een mogelijk verlies van 450 fte aan arbeidsplaatsen?

Uit de toekomstparagraaf bij het jaarverslag 2011 blijkt dat de VU voor de komende vijf jaar een ombuiging van 33 miljoen euro als doelstelling heeft opgenomen in het instellingsplan. De VU zal een aantal werkzaamheden niet meer of anders gaan verrichten. Daarbij gaat het voornamelijk om besparingen op inkoop, bezuinigingen op de bedrijfsvoering en bezuinigingen op de niet-kerntaken van de VU. De VU zet in op een efficiëntere samenwerking met VUmc en een sterkere verbinding met externe partners waardoor de instelling beoogt een betere kosteneffectiviteit te verkrijgen. Het is bekend dat het College van Bestuur van de VU een reorganisatievoorstel voorbereidt waarin een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen wordt voorzien.

Vraag 3

Hoe oordeelt u over de redenering dat deze korting nodig is vanwege te verwachten tegenvallende inkomsten uit Den Haag? Kunt u die verwachting onderschrijven? Zo nee, bent u bereid de VU hierover te informeren?

Ik hecht aan een zo voorspelbaar mogelijke bekostiging voor de instellingen. Garanderen dat de bekostiging in de toekomst niet verandert, kan ik echter niet. Als er wijzigingen worden voorzien, treed ik hierover zoals gebruikelijk in overleg met de instellingen. Het is aan het College van Bestuur om een al dan niet behoudende inschatting te maken van de toekomstige inkomsten.

Vraag 4

Hoe verklaart u dat er bij de VU tegelijkertijd geld wordt vrijgemaakt voor andere uitgaven, zoals de verdubbeling van inhuur van externen, de uitgaven aan nieuwbouw alsmede verbouwingskosten voor Het Nieuwe Werken?

Uit het jaarverslag 2011 komt naar voren dat de VU in de komende vijf jaar investeert in effectievere inrichting van het onderwijs en onderzoek. Hierbij zet de instelling tegelijkertijd in op verbetering van studiesucces, onderwijskwaliteit en op de impact, kwaliteit en output van onderzoek. In dit kader zijn ook investeringen en efficiëntieslagen in de huisvesting van de instelling gepland.

Het gaat hier ondermeer om vervanging en vernieuwing van verouderd vastgoed, waarmee de groei van de universiteit niet meer optimaal kan worden opgevangen.

Vraag 5

Hoe oordeelt u over het rapport van Bureau Berenschot, waaruit zou blijken dat het bestuur van de VU een “te ongunstig scenario schetst” en Berenschot van mening is dat de ontslagen niet nodig zijn?

De inhoud van dit rapport is mij niet bekend.

Vraag 6

Wat onderneemt u tegen universiteiten die zich inlaten met derivaten waardoor zij tientallen miljoenen euro’s dreigen te verliezen? 2)

In de OCW-beleidsregel Beleggen en Belenen is opgenomen op welke wijze instellingen derivaten mogen gebruiken. Op dit moment inventariseert de Inspectie van het Onderwijs het gebruik c.q. bezit van derivaten bij alle instellingen van het hoger onderwijs. Dit onderzoek is naar verwachting in het najaar van 2012 gereed. Ik wacht de resultaten van dat onderzoek af alvorens ik besluit of aanvullende maatregelen of aanpassingen van de beleidsregel noodzakelijk zijn.

Vraag 7

Is het waar dat de VU voor circa 80 miljoen in het rood staat door negatieve derivaten? Wat gaat u doen om dit soort praktijken te voorkomen?

Voor het onderzoek, in het antwoord op vraag 6 beschreven, heeft de Inspectie ondermeer bij de VU informatie opgevraagd. Uit de analyse van deze informatie zal blijken wat de stand van zaken op het gebied van derivaten bij de VU is. Voor de beantwoording van de tweede vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 6.

Vraag 8

Deelt u de mening dat de werkwijze van het VU-bestuur buitengewoon veel onvrede oproept bij het personeel van de VU? Bent u bereid hierover in gesprek te gaan?

Het College van Bestuur heeft de integrale verantwoordelijkheid voor de gang van zaken binnen de instelling. Hieronder valt ook het personeelsbeleid. Ik ga ervan uit dat het College van Bestuur van de VU signalen van onvrede de gepaste aandacht zal geven.

Vraag 9

Deelt u de mening van de auteur van het artikel in NRC dat de zeggenschap over het bestuur van universiteiten verbeterd moet worden? Zo ja, bent u bereid daartoe voorstellen te doen?

Nee. Per 1 september 2010 is met de Wet versterking besturing het governance model met een Raad van Toezicht en een College van Bestuur voor alle bijzondere hoger onderwijsinstellingen voorgeschreven. De Wet versterking besturing wordt in 2013 geëvalueerd.

1) NRC, 7 augustus 2012

2) Financieel Dagblad, 23 juli 2012

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: